Minderjarige veroordeeld voor explosie bij Zuidas en geweld tegen politie

Een 17-jarige jongen is door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld tot 165 dagen jeugddetentie voor zijn betrokkenheid bij een explosie aan de Zuidas in Amsterdam en openlijk geweld tegen de politie tijdens een demonstratie in Uithoorn. Van de straf zijn 122 dagen voorwaardelijk. Omdat de jongen al 122 dagen in voorarrest heeft gezeten, hoeft hij niet opnieuw de cel in.

De jongen bracht op 16 maart een explosief tot ontploffing bij een kantoor aan de Strawinskylaan. De explosie vond plaats bij het Atrium, waar onder meer de Bank of New York is gevestigd. De aanslag werd opgeëist door dezelfde organisatie die kort daarvoor betrokken was bij een aanslag op de Joodse school Cheider in Amsterdam. Ook een synagoge in Rotterdam was eerder doelwit van deze groep.

Volgens de rechtbank wilde de 17-jarige met het plaatsen van het explosief snel geld verdienen. In mei werd in Turkije een Irakese man aangehouden die ervan wordt verdacht de aanslag te hebben gecoördineerd.

Demonstratie in Uithoorn
Naast de explosie is de jongen veroordeeld voor openlijke geweldpleging tijdens een demonstratie in Uithoorn tegen de komst van een asielzoekerscentrum. Volgens de rechtbank gooide hij tijdens die demonstratie een houten balk in de richting van de politie. Ook werden bussen met flesjes bekogeld.

De rechter heeft naast de jeugddetentie verschillende voorwaarden opgelegd. De jongen moet meewerken aan hulpverlening en zich houden aan een avondklok. Ook moet hij naar school blijven gaan en stage lopen.

Van de opgelegde 165 dagen wordt de tijd die de jongen al in voorarrest heeft doorgebracht afgetrokken. De overige 122 dagen zijn voorwaardelijk. Dat betekent dat hij onder voorwaarden op vrije voeten blijft en niet opnieuw de gevangenis in hoeft.

Met de voorwaarden wil de rechtbank voorkomen dat de jongen opnieuw de fout ingaat en hem stimuleren zijn opleiding en ontwikkeling voort te zetten.